Het Multimodaal Netwerkmanagementkader van gemeente Zwolle — interactief in beeld.
Inleiding
Zwolle groeit de komende jaren flink: er komen jaarlijks 1.000 nieuwe woningen bij en verschillende wijken breiden uit. Ook kiezen steeds meer bedrijven voor vestiging in de stad.
Grote ontwikkelprojecten zijn onder andere in het Stadshart (met het Noorderkwartier), Nieuwe Veemarkt, Weezenlanden-Noord, Stadshagen, Spoorzone, Voorsterpoort en Hessenpoort.
Deze groei vraagt om slimme oplossingen voor mobiliteit. De stad moet immers zorgen dat het toenemende verkeer goed verloopt, zonder dat dit tot problemen leidt. Hoe stem je het verkeerssysteem af, zodat voetgangers, fietsers, OV-gebruikers en automobilisten allemaal hun plek vinden?
Om dit te bereiken heeft Zwolle een multimodaal netwerkmanagementkader (MNK) opgesteld. Hierin wordt het beleid rond verkeer en vervoer vertaald naar de gewenste situatie op straat. Het MNK beschrijft hoe de verschillende vervoersvormen optimaal kunnen functioneren binnen het netwerk, welke kwaliteitsnormen daarbij horen, en hoe ze samenhangen.
De gemeente Zwolle gebruikt het MNK voor:
Het netwerk
De kerngebieden zijn de belangrijke bestemmingen in Zwolle. Het zijn gebieden die qua uitstraling de gemeente overstijgen: ze zijn belangrijk voor de economie, het onderwijs, het toerisme of de zorg. In Zwolle zijn er 18 kerngebieden met stedelijke en (boven)regionale uitstraling. Daarnaast zijn er 3 winkelcentra toegevoegd met een stedelijke uitstraling.
De multimodale overstaplocaties hebben een belangrijke functie in de multimodale reis: ze worden gebruikt om een overstap te maken tussen modaliteiten en moeten goed bereikbaar zijn voor de modaliteiten waarvoor er een overstap wordt aangeboden.
S — Stappen
De voetganger staat bovenaan in het STOMP-principe. In en rond de binnenstad krijgt het lopen de hoogste prioriteit.
Nog uit te werken: het voetgangersnetwerk volgt uit een lopend deelproject. Deze laag wordt later toegevoegd.
T — Trappen
We onderscheiden drie verschillende fietsverbindingen:
Doorfietsroutes vormen essentiële regionale verbindingen tussen woon- en werkgebieden binnen en buiten de stad. Ze zijn ontworpen voor snelle en doorgaande fietsers, met weinig of geen verkeerslichten en zoveel mogelijk voorrang op kruispunten. De paden zijn breed, comfortabel en zorgvuldig onderhouden.
Stadsroutes bieden belangrijke verbindingen binnen stedelijke woon- en werkgebieden. Het comfort en de snelheid komen overeen met die van doorfietsroutes, maar het stedelijk gebied kent meer kruispunten en oversteekplaatsen. Waar mogelijk zijn ze gescheiden van overige verkeersstromen.
Bij recreatieve fietsroutes staat de gebruikerservaring centraal. Doorstroming en betrouwbaarheid van reistijd zijn van minder groot belang; de faciliteiten waarborgen een veilige en comfortabele verplaatsing.
O — Openbaar vervoer
We onderscheiden twee verschillende OV-verbindingen:
De Hoogwaardig Openbaar Vervoer As (HOV-as) zorgt voor een snelle en kwalitatief hoogwaardige verbinding tussen (economische) kerngebieden en belangrijke OV-knooppunten, evenals doorgaande OV-routes. Hier rijden bussen hoogfrequent en met hoge comforteisen.
Een Openbaar Vervoer As (OV-as) verbindt woonwijken en herkomstgebieden met elkaar en met de belangrijkste gebieden in de stad. Afhankelijk van de situatie krijgen bussen voorrang op kruispunten. De verbindingen zijn betrouwbaar, maar hoeven niet zo snel of frequent te zijn als de HOV-assen.
P — Privé-auto
We onderscheiden verschillende auto-verbindingen, van hoofdstructuur naar lokale ontsluiting:
De doorgaande snelweg faciliteert de doorgaande (boven)regionale relaties en het externe verkeer van en naar de kerngebieden. Op aansluitingen vindt uitwisseling met de stedelijke verbindingswegen en assen plaats.
Een regionale verbindingsweg faciliteert regionaal verkeer dat niet over de snelwegen kan: hoogwaardige verbindingen met het achterland, met zowel doorgaand als bestemmingsverkeer naar aangrenzende herkomstgebieden.
De stedelijke verdeelwegen verdelen het herkomst- en bestemmingsverkeer over de invalswegen naar de kerngebieden — de ring- en tangentverbindingen. Ze verzamelen en verdelen verkeer en zijn betrouwbaar; de snelheid ligt hoger dan op routes door de stad.
De stedelijke assen zorgen voor een snelle, betrouwbare verbinding tussen de buitenring en de binnenstedelijke kerngebieden en onttrekken verkeer aan lagere-orde wegen. Bundeling van intern verkeer staat voorop; ze zijn niet bedoeld voor doorgaand verkeer.
Een lokale ontsluitingsweg wikkelt lokaal verkeer af met een bestemming in de aangrenzende gebieden. Veiligheid en leefbaarheid staan voorop — waar nodig ten koste van de kwaliteit voor het autoverkeer.
Naar het centrum
Om het autoverkeer efficiënt te laten verlopen, zijn er voorkeurroutes vastgesteld: routes waarlangs het verkeer bij voorkeur de stad binnenkomt, met voldoende capaciteit richting de centrumhubs. Daar parkeert de bezoeker en vervolgt te voet naar de binnenstad.
De auto wordt geleid via de hoofdstructuur (ringweg en A28) en blijft daar zo lang mogelijk op, tot de juiste inprikker naar het centrum is bereikt.
Op strategische keuzepunten langs de route kan actuele informatie worden gegeven en kan — bij vertraging of een volle hub — een alternatief via de ringweg worden aangeboden.
Op de kaart geven dikte en kleur van een route aan hoeveel voorkeurroutes er over dat netwerkdeel richting het centrum lopen: hoe dichter bij het centrum, hoe meer routes gebundeld.
Afwegen
Hoe er geprioriteerd wordt, hangt af van het type gebied. In en rond de binnenstad geldt Zone Centrum — daar staan lopen, fietsen en OV voorop (STOMP). Op en rond de buitenring geldt Zone Buitenring, waar de auto hoger in de volgorde staat.
De kaart toont beide zones en de VRI-locaties (verkeerslichten), gekleurd naar de zone waarin ze liggen. De volledige prioriteitsvolgorde per zone staat hieronder.
Afwegen
De multimodale prioriteitsvolgorde geeft wegbeheerders een handvat om eerlijk af te wegen tussen modaliteiten en functies. Voor elke functie wordt een kwaliteit nagestreefd; als die niet gehaald wordt en er een knelpunt optreedt, helpen de prioriteiten bij het oplossen ervan — desnoods ten koste van lager geprioriteerde verkeersstromen.
De verkeersveilige afwikkeling van alle modaliteiten is randvoorwaardelijk: prioriteren mag nooit leiden tot onveilige situaties. Hoe er geprioriteerd wordt, hangt af van het type gebied.
Deze prioriteitsvolgordes zijn een eerste versie waarmee Zwolle in de praktijk aan de slag gaat. Op basis van praktijkervaringen wordt de volgorde aangescherpt en kunnen aanvullende zones worden aangewezen, zodat de prioriteiten stadsdekkend toepasbaar zijn.